EMC staat voor 'Elektro Magnetische Compatibiliteit'. Kort samengevat betekent het dat verschillende systemen correct naast elkaar moeten kunnen functioneren. Ieder elektronisch systeem geeft een elektro-magnetische straling. Dat is natuurkundig heel normaal. De systemen eromheen moeten hier echter wel tegen bestand zijn. Bij de bouw van de Betuweroute zijn zoveel mogelijk maatregelen genomen om de uitwerking van 25 kV op de omgeving te beperken. Om te voorkomen dat de retourstroom door de bodem gaat lopen is het systeem voor retourstromen uitgebreid met een extra geleider. In (equipotentiaal) en naast de spoorbaan zijn extra koperen leidingen gelegd. Toch is niet te voorkomen dat een deel van de stroom gaat zwerven in de grond. Stroom zoekt namelijk altijd de weg van de minste weerstand. En dus is het belangrijk om te onderzoeken welke invloed dergelijke zwerfstromen hebben op de omgeving en om zonodig maatregelen te nemen.
Verschillende categorieën De mogelijke beïnvloeding van de omgeving door 25 kV-zwerfstromen is onder te verdelen in verschillende categorieën:
Buisleidingen in de haven van Rotterdam Staal geleidt nog beter dan grond. De kans bestaat dat eventuele 25 kV-zwerfstromen in buisleidingen terechtkomen. Op zwakke plekken in een buis kan hierdoor corrosie ontstaan. Om de precieze effecten van 25 kV op buisleidingen te bepalen, heeft de projectorganisatie Betuweroute uitgebreide rekenmodellen laten ontwikkelen. Per leiding en per locatie zijn de risico’s aangegeven. Ook is een oplossing bedacht. Door een kathodische bescherming via in de grond te plaatsen paaltjes, is de stroom op een beheerste manier van de buisleidingen te halen. Op de Maasvlakte in Rotterdam is deze methode succesvol getest. In totaal komen in de haven circa 100 á 150 locaties in aanmerking voor een dergelijke kathodische bescherming.
Bestaand spoor Langs de A15 loopt de Betuweroute over een groot aantal kilometers parallel aan een bestaande spoorlijn. De kans bestaat dat 25kV daarbij het treindetectiesysteem van het 1500 volt-spoor beïnvloedt. Vooral op hele lange parallelle trajecten kunnen 25 kV-zwerfstromen in de kabels voor het bestaande spoor komen en daar naar het eind toe voor een te grote aanraakspanning zorgen. De oplossing is veelal eenvoudig. Door halverwege dergelijke trajecten een knip in de kabels te maken, vermindert de spanning met de helft. In een test in 2005 op het traject Sliedrecht – Gorinchem is dit een effectieve methode gebleken. ProRail heeft op basis daarvan een algemene richtlijn opgesteld over hoe om te gaan met 25 kV en bestaand spoor. De projectorganisatie hanteert deze richtlijn nu ook overal elders op het Betuweroute-tracé.
Industrie en overige ‘Bekende’ systemen die hinder ondervinden van elektronische straling zijn bijvoorbeeld tv-monitoren en ziekenhuisapparatuur. Dergelijke apparatuur moet zich dan echter binnen een straal van twaalf meter van de bron bevinden. Bij de Betuweroute is dat nergens het geval. Vangrails zijn in de regel ook geen probleem. Om de 40 meter vindt hier aarding in de grond plaats.
Spanningssluizen Bijzondere EMC-aandacht gaat uit naar de spanningssluizen van de Betuweroute. Deze spanningsloze zones tussen het bestaande spoor en de nieuwe goederenspoorlijn zijn gemaakt om 1500 volt gelijkstroom en 25 kV wisselstroom strikt van elkaar te scheiden. In en om de spanningssluizen zijn bovendien speciale maatregelen genomen om ook zwerfstromen te voorkomen. De integrale testen moesten aantonen dat dankzij de spanningssluizen en de maatregelen ter plekke, 25 kV en 1500 volt elkaar inderdaad niet ontoelaatbaar beïnvloeden. Beide spoorsystemen moeten optimaal kunnen functioneren. Alle testen hebben ’s nachts plaatsgevonden tijdens speciaal hiervoor aangevraagde.
|