Met het goedkeuren van de Planologische Kernbeslissing Betuweroute door de Eerste Kamer is in het voorjaar 1994 de parlementaire besluitvorming afgerond. Het uitvoeringsbesluit is immers genomen. Tegen de Planologische Kernbeslissing Betuweroute kan nog beroep worden aangetekend bij de Raad van State. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat start met de voorbereidingen voor het te nemen Tracébesluit. Met de formatie van het eerste Paarse kabinet in de zomer van 1994 krijgt het proces echter een onverwachte wending. Bij de formatie wordt besloten tot een heroverweging van de aanleg van de Betuweroute. De Tracéwetprocedure wordt daarom stilgelegd. Een onafhankelijke commissie onder voorzitterschap van de heer Hermans gaat zich buigen over de door parlement en regering genomen beslissing. Specifieke aandacht gedurende deze heroverweging gaat uit naar de capaciteit op het bestaande net, het «reële» alternatief van de gefaseerde aanleg en (opnieuw) de macro-economische effecten van de aanleg van de Betuweroute. Naar aanleiding van de uitkomsten van dit onderzoek wordt besloten om toch over te gaan tot aanleg van de Betuweroute. Wel wordt op aanraden van de commissie Hermans een aantal wijzigingen in de projectopdracht doorgevoerd.
Onderstaande documenten hebben betrekking op deze periode: 'Rapport commissie Betuweroute' 'Kabinetsstandpunt 1995'
|